Herman beledigt de Syriëganger

Gemiddelde leestijd: 2 minuten

‘Hij is gesneuveld in Syrië en zal nooit meer terugkeren naar Brussel, Rotterdam, de banlieue van Parijs of waar dan ook. En in de hemel is hij ook niet. Hij is totaal nergens.’

Lulletje Rozenwater woonde in Brussel, Rotterdam en de banlieue van Parijs. Had het moeilijk. Oncomfortabel leven. Als een kistkalf tussen ouders en grootmoeder en acht broertjes en zusjes in een klein, niet onderhouden flatje. Moeder analfabeet, vader driekwart analfabeet, grootmoeder zo gek als een achterdeur, en de hele dag lopen jammeren dat Allah haar zou weten te vinden.

Kon niet meekomen op school. Slechte vriendjes die ook niet konden meekomen op school. Van school wegblijven. Rondhangen op pleintjes. Beetje dollen, beetje drugs dealen, beetje zelf drugs gebruiken, beetje blanke meisjes lastig vallen. Als zo’n meisje zei: ‘Laat me met rust,’ schreeuwen: ‘Racist! Jullie allemaal racist!’

De verveling die heerste, die enorme verveling. Geen zin hebben in wat dan ook. Zich misplaatst voelen op alle plaatsen. Dan kwam er een mannetje met een baard, dat zei: ‘Jullie vervelen je allicht? Jullie lopen in cirkeltjes? Er is geen uitweg? Toch, er is wél een uitweg. Kom maar eens naar ons.’

Ons, dat zijn moskeeën, verzamelplaatsen, verenigingen zoals Sharia4Belgium en dat soort op vervreemding, haat en bewust gecreëerd wantrouwen ten opzichte van het Westen gebouwde clubs, die tot taak hebben kanonnenvoer te leveren voor krankzinnige oorlogsstokers, die er zeker van zijn dat ze Gods vertegenwoordigers zijn in een wereld die alleen maar echt bestaat als hij vernietigd wordt.

Lulletje Rozenwater gaat naar de moskee, de verzamelplaats, de vereniging, krijgt een gratis koran, een gratis hersenspoeling en een gratis raadgeving omtrent de lengte van de baard zoals die door de profeten zijn goedgekeurd, en er worden in z’n brein woorden gedropt als Syrië, IS, heilige strijd, meer dan zeventig maagden, eeuwige verlossing, en ongelovige honden. Lulletje Rozenwater trapt er nog in ook.

Via Turkije laat hij zich naar Syrië brengen, en dan begint het fantastische leven. Lulletje Rozenwater wordt goed gevoed, is prima gehuisvest, krijgt een paar slavinnen tot z’n beschikking, mag oefenen met kalasjnikovs, en om hem ervan te overtuigen dat hij erbij hoort, mag hij voor de lens van een mobiele telefoon, en met een sjaal om z’n kop, een blanke gevangene met een roestig broodmes de nek oversnijden. In zichzelf jubelt hij: ‘Mama, ik kom op tv, ik kom op tv!’

Bovendien krijgt hij de enorme eer om naar het front gestuurd te worden, en daar mag hij op een keer zelfs de IS-vlag in z’n handen houden, en verdomd, eigenlijk had hij z’n handen beter vrijgehouden om z’n wapen te richten, want nu krijgt hij zelf een kogel door z’n met hoogmoed gevulde, compleet inwisselbare, en voor de rest totaal lege vierkante kop.

Lulletje Rozenwater is gesneuveld in Syrië en zal nooit meer terugkeren naar Brussel, Rotterdam, de banlieue van Parijs of waar dan ook. En in de hemel is hij ook niet. Hij is totaal nergens.

bron: revu.nl