Open brief aan Herman

Gemiddelde leestijd: 2 minuten

Beste Herman Brusselmans,

Al een jaar of twee haal je in dit blad elke week iemand door de mangel. Het idee achter je humoristische rubriek is dat de wereld is vergeven van de overschatte mensen, en dat jij iedere week van één bekend iemand uitlegt waarom die overschat is.

Het klinkt misschien wat suf dat ik dat uitleg, maar het blijkt nodig.

Er is één iemand die je nooit hebt aangepakt, en dat is de profeet Mohammed. Net als veel comedians blijf je daar liever vanaf. Er was ooit de redactie van een sarcastisch tijdschrift in Frankrijk die dat wel durfde, en die redactie is nu dood. Moslim-extremisten hebben niet zoveel op met humor.

Er zijn meer mensen die niet veel ophebben met humor. Weet je hoe je die mensen herkent? Die wijzen naar humor, en zeggen: ‘Maar dát is geen humor. Dat is kwetsend.’

Jij kreeg vorige week veel prominente mannen en vooral vrouwen over je heen, omdat je je rubriek over overschatte mensen had gewijd aan zangeres Anouk. Daarmee was je een grens overgegaan, vonden onder meer schrijfster Saskia Noort, zangeres Aafke Romein, dichter Tjitske Jansen en velen met hen. Opvallend, want in diezelfde rubriek heb je andere mensen veel ongenadiger aangepakt. Anne Frank, bijvoorbeeld. En Nelson Mandela. Toen hoorde ik Noort, Romein en Jansen en al die anderen niet.

Ik kan daar maar één conclusie uit trekken: die vrouwen zijn allemaal antisemiet, en nog racist ook. Ook dit was een grapje; ik zeg het er maar even bij.

Aafke Romein speelde de kaart uit die ieder debat over welk onderwerp dan ook dat met identiteit te maken heeft (en dat lijkt momenteel dus iéder onderwerp) kapot slaat: ze wees erop dat jij een blanke witte man bent, die kennelijk (dus) bang is voor vrouwen. Dan zou jij weer kunnen zeggen dat zij een gefrustreerde feministe is (want vrouwen noemen in debatten als deze mannen altijd ‘bang’ en mannen vrouwen ‘gefrustreerd’) en dan ben je samen aan het jij-bakken, de vorm die in Nederland anno 2017 geldt als een debat.

Maar ik vond het niettemin een interessante discussie. Kennelijk is er voor veel mensen een grens aan afzeik-rubrieken en -media bereikt. Je zag hetzelfde bij GeenStijl, en terecht: ik vond hun aanval op een Volkskrant-columniste seksistisch.

Waarom dat wel, en jouw column niet? Omdat ik jou oneindig veel hoger heb zitten en dus niet twijfel over je motieven? Omdat jij iedereen aanpakt, ook jezelf, en het dús geen persoonlijke aanval is, maar een ironische stijloefening in dezelfde traditie als je hele oeuvre? Omdat ik je rubriek zie als fictie, en in fictie voor mij álles is toegestaan? Omdat ik vind dat overal grappen over gemaakt mogen worden, en dat de enige discussie vervolgens is of de grap geslaagd was, maar nooit of hij mócht? Of omdat ik gewoon een hypocriete zak ben, en dat zelf niet zie? Het zou zomaar kunnen.

En zo heb je in ieder geval één iemand aan het denken gezet met je column. Waarmee hij dus per definitie geslaagd was.

bron: revu.nl