Herman en Tim Vanhamel op Saint Amour

Gemiddelde leestijd: 4 minuten

60 jaar, 70 boeken en een stuk of wat lieven: Herman Brusselmans is oud en wijs genoeg om nagenoeg op zijn eentje de nieuwe tournee van de literaire liefdeskaravaan Saint Amour te trekken. Maar op Valentijnsdag in de KVS kan hij rekenen op muzikale bijstand van Tim Vanhamel, voorheen serieel monogaam gitarist bij onder meer Evil Superstars, Millionaire en dEUS.
“De liefde heeft, als het erop aankomt, een draak van een geheugen,” schreef Herman Brusselmans ooit ergens. Daarom komt de opdracht van Behoud de Begeerte om het geheugen van de liefde nog eens op te poetsen tijdens een grote tournee van Saint Amour in Nederland en Vlaanderen niet ongelegen.

In Brussel leest Brusselmans voor en wordt hij voorgelezen door de Nederlander Özcan Akyol, geïnterviewd door Marc Didden en vooral muzikaal in de rede gevallen door Tim Vanhamel. De schrijver en de rocker kennen elkaar niet echt persoonlijk, maar wel van elkaars werk. “Ik ben een fan,” aldus Brusselmans, “en heel blij dat Tim hieraan kan meedoen.”

Komt hij misschien ook voor in een van je boeken?
Herman Brusselmans: Ik denk wel dat ik ooit over Millionaire geschreven heb.

Tim Vanhamel: Ik herinner mij zoiets. En we hebben al samen op het podium gestaan.

Ga je mee drummen?
Brusselmans: Ik doe een korte introductie op de drums, al zou ik dat liever laten. Maar misschien krijgen we wel het zot in onze kop tijdens een van de laatste voorstellingen. Ik heb recent trouwens een nieuw drumstel gekocht, maar ik oefen te weinig. Ik heb niet veel talent en om het goed te doen, moet je toch elke dag vijf, zes uur bezig zijn, en dat is minder interessant voor de buren. Het blijft dus bij puur amateurisme.

En lees jij veel Brusselmans?
Vanhamel: Ik herinner me nog de eerste keer dat ik hem op tv zag. Hij was toen al een bekende figuur, en op school had je een paar heel grote fans die verrast zullen zijn dat ik hier nu naast hem zit. En ik heb natuurlijk ook zelf een paar boeken gelezen.

Uit welke ga je voorlezen?
Brusselmans: We hebben een ruime selectie gemaakt uit alle boeken, die dan verder is uitgedund. Er zijn teksten bij van de jaren 1980 tot nu.

Had je ooit al zo ver teruggekeken?
Brusselmans: Nee. Sommige teksten zijn echt vreemd voor mij. Ik herlees mijn boeken nooit, dus er zitten fragmenten tussen die ik niet meer herkende, hoewel ik niet spectaculair ben veranderd. Ik zou dingen die ik toen schreef nu nog kunnen schrijven en omgekeerd. Ik weet niet wat dat zegt over mijn kwaliteiten. Er zijn ook mensen die hun eerste plaat of boek afvallen, maar dat heb ik niet. Dat eerste boek staat er nog altijd. Zelfs al leest niemand het nog.

Een overeenkomst tussen jullie is misschien jullie bezetenheid voor het vak?
Brusselmans: Ik denk het wel. Maar ik zou het ook niet snappen als mensen in de creatieve branche – literatuur, cinema, muziek – niet bezeten zouden zijn door hun vak. Mensen hebben het vaak over talent: ‘Die gast heeft talent, maar hij zit altijd op café en daarom is er nooit iets van gekomen.’ Volgens mij is de inspanning kunnen leveren een deel van het talent.

Het zou kunnen dat we de beste gitarist van België niet kennen, omdat hij nooit een gitaar heeft vastgenomen, maar ik geloof daar niet in. Zelfs in de brousse van Zambia maak je desnoods een gitaar, als je talent hebt om erop te spelen.

1557 brusselmans vanhamel2Maar bij jullie is het ook ‘niet zonder kunnen’.
Brusselmans: Zou ik op een onbewoond eiland gedichten schrijven met een stokje in het zand? Misschien wel.
Vanhamel: Ik heb een paar jaren geleden wel bijna een jaar geen gitaar aangeraakt. Een samenloop van omstandigheden: mijn vader overleed, en ik was de muziekwereld, waar ik al twintig jaar in zat, beu. Als ik mijn gitaar vastpakte, schoten de interviews die ik zou moeten geven al door mijn hoofd. Ik wilde even niet meer gezien worden.

Dus heb ik het laten rusten tot ik op een dag in de zetel zat en zonder het te beseffen mijn gitaar weer vastpakte. Er was iets veranderd. Ik moest me niet meer afvragen of ik wel goed gekozen had en niet beter acteur of kunstenaar was geworden. De muziek had nu mij gekozen.

Wat ga je brengen op Saint Amour?
Vanhamel: Een paar covers en een aantal eigen nummers: van de oerschreeuw ‘Love cry’ over ‘Real love’ van John Lennon tot wat rockabilly. Er is een luider deel en een zachter. Ik ben wel bezig aan een plaat, maar ik heb voor dit programma een paar andere nummers geschreven.

Met liefde als verplicht thema?
Vanhamel: Ik ben eens door mijn back catalogue gegaan en heb me er toch over verbaasd hoeveel nummers daar rechtstreeks of onrechtstreeks over gaan. ‘Love is a sickness’ van Millionaire is een nummer van mij. En ‘Ballad of pure thought’, ook van Millionaire, is een nummer over, nu ja, een scheve schaats. De liefde in al haar facetten dus.

De liefde zat ook altijd in jouw boeken, maar misschien tegenwoordig meer dan ooit?
Brusselmans: Ik ben nu aan een zeer dikke roman bezig met mij en mijn lief als hoofdpersonages. Maar ik schrijf nooit alleen maar over liefde en relaties. Het meandert bij mij langs alle kanten. Als het een tijdje te serieus is, moet ik beginnen bullshitten en omgekeerd. Maar in dit programma zal het voor mijn doen toch redelijk serieus blijven.

Je hebt wel eens de neiging om de grote liefde die je verafgoodt ook te verminken en/of kapot te slaan.
Brusselmans: Als je schrijft over relaties die eindigen, dan gebruik je soms harde woorden, en die laat ik staan. Ik heb vrij veel teksten geschreven over Tania (De Metsenaere, mb), de vrouw met wie ik twintig jaar samen ben geweest. Die gaan van smoorverliefd tot erg hard en dat moffel ik niet weg. Ik breng niet alleen een ode aan de vrouw, maar zeg ook dat het allemaal vuile hoeren zijn. (Grijnst) Op een poëtische manier, natuurlijk.

Vanhamel: Ik heb met Welcome to the blue house ook een hele break-up-plaat geschreven (na zijn breuk met Hannelore Knuts, mb). Die zat net zo goed vol contrasten. Dat gebeurt blijkbaar vanzelf. Of je nu een lieflijk nummer saboteert met een felle solo of een murder ballad schrijft.

bron: bruzz.be